2011-07-05|Artikel 14,15 en 23 DBV België-Nederland Loon zaakvoerder voor arbeid in NL. verricht valt voor België niet meer onder artikel 14. Gevolg aanzienlijke belastingbesparing en besparing van sociale lasten. D.15.15.01 Na vele jaren strijd gevoerd door Kantoor Henk Hoogstraten heeft het Hof van Beroep te Antwerpen uiteindelijk in een duidelijk arrest beslist dat de arbeid door de zaakvoerder en inwoner van België in Nederland verricht voor verdragstoepassing als arbeid in dienstbetrekking moet worden gekwalificeerd. Het gevolg is dat België niet meer mag heffen over de arbeid in het werkland verricht op grond van artikel 14 doch dat het Nederlands fiscaalregime is aangewezen op grond van artikel 15 paragraaf 1 tenzij zij bewijst ( is bewezen) dat paragraaf 2 werking heeft. Het fiscaal voordeel is aanzienlijk (mede gelet op de lopende procedure in NL m.b.t. art. 2 lid 5 Wet LB). Het Hof meent indien het inkomen in Nederland niet is belast, dat artikel 23 van het DBV Nederland de werking van het Nederlands fiscaalregime ontneemt indien het inkomen daar niet is belast. Wij zijn het hiermee niet eens en menen dat artikel 23 alleen dan van toepassing kan zijn indien een inkomensbestanddeel volgens beide landen aan hun heffingsregime is onderworpen. Is dit niet het geval dan is er immers geen sprake van dubbele heffing als bedoeld in artikel 23. Hieronder de volledige uitspraak die grote gevolgen heeft ook voor de heffing van sociale lasten als gepubliceerd door Nebelex www.nebelex.com/wiki/2009/AR/3072 Advies Laar u informeren naar de nieuwe mogelijkheden..
Laatste aanpassing ( donderdag 07 juli 2011 20:10 )
|